ANT spreekt NZa over VGZ en de implantologiecontracten (25-1-2019)

25-01-2019

Begin deze maand constateerde de ANT dat zorgverzekeraar VGZ niet voldeed aan haar zorgplicht. In grote delen van Nederland staan patiënten die een implantaat of klikgebit nodig hebben daardoor in de kou. Vanwege haar grote zorgen stuurde de ANT als reactie een brandbrief naar VGZ en trok daarnaast ook bij de NZa aan de bel

In de media werd veel aandacht gegeven aan de brandbrief van de ANT. Zo publiceerde, naast vele andere media, Radar, De Telegraaf, De Limburger en Skipr over de situatie. Als reactie op de media-aandacht gaf een woordvoerder van VGZ aan niet bekend te zijn met de inhoud van de brief. Volgens VGZ is er voldoende implantologische zorg ingekocht. Daarvoor benoemt VGZ twee redenen; VGZ maakt geen onderscheid tussen de geaccrediteerde en niet-geaccrediteerde implantologen en verzekerden van VGZ ook bij kaakchirurgen terecht kunnen.

De ANT vindt het zorgwekkend dat VGZ met dit argument erkent dat niet afdoende tandarts-implantologen zijn gecontracteerd om de implantologische zorg voor al haar verzekerden te verrichten. VGZ lijkt zich hier dus van bewust, maar onderneemt geen actie. De oplossing die VGZ aandraagt, de kaakchirurg, is geen oplossing. Naast het feit dat de zorg die kaakchirurgen in ziekenhuizen plegen te bieden, gemiddeld duurder is dan de zorg die tandarts-implantologen in de eerste lijn bieden (en dus sprake is van onwenselijke kostenverhoging in de zorg), is de kaakchirurg uitsluitend op verwijzing te bezoeken. De patiënt kan dus niet rechtstreeks naar de kaakchirurg, maar zal toch eerst een tandarts dienen te bezoeken. Verzekerden van VGZ kunnen voor deze prothetische zorg op implantaten uitsluitend terecht bij een gecontracteerde tandarts of tandarts-implantoloog. De stelling van VGZ dat de verzekerde ook bij de kaakchirurg terecht kan is onjuist en daarmee is ook de berichtgeving van VGZ in de media onjuist.

De ANT heeft eerder geschreven dat op de website van VGZ ten onrechte geen onderscheid wordt gemaakt tussen aanbieders gecontracteerd voor de onderkaak en aanbieders gecontracteerd voor onder – én bovenkaak. Voor deze verzekerden is dus niet duidelijk waar zij terecht kunnen. VGZ maakt zelf ook een onderscheid in haar contractering: de tandarts die in aanmerking wenst te komen voor een contract dat mede ziet op de bovenkaak, moet aan hogere deskundigheidseisen voldoen. Deze deskundigheidseisen komen overeen met een NVOI-accreditatie of een vergelijkbaar niveau. Na onderzoek van de ANT is gebleken dat er slechts een beperkt aantal NVOI-geaccrediteerde implantologen gecontracteerd is voor de bovenkaak. Onze zorgen ten aanzien van de zorgplicht gelden dus nog sterker voor de bovenkaak.

Afgelopen week voerde de ANT telefonisch overleg met de NZA over deze kwestie en werden deze argumenten besproken. De ANT vindt het ook zorgwekkend dat er nog steeds onjuiste informatie op de website van VGZ staat. De ANT hoopt dat de NZa deze problematiek, die niet voor niets mondzorgbreed leeft, spoedig kan adresseren en daar actief op ingrijpt.