VGZ wint zaak tegen Straumann (16 mei 2019)

16 mei 2019

Het strenge inkoopbeleid van VGZ blijft overeind. Dat blijkt uit een uitspraak in een kort geding van afgelopen woensdag. Straumann wilde onder een 3-jarig contract uit dat het met VGZ ging sluiten over de levering van implantaten tegen een scherpere prijs. Straumann dacht dat dit nog kon omdat er nog geen handtekeningen gezet waren.

In februari kondigde VGZ aan goedkoper implantaten in te kopen via voorkeursleveranciers zodat, dat wat VGZ onterecht woekerwinsten heeft genoemd, bij tandartsen op de inkoop van implantaten zouden verdwijnen. De ANT kwam gelijk in actie uitte haar zorgen in een brandbrief gestuurd naar VGZ en trok bij de NZa aan de bel. De ANT gaf aan dat VGZ voldoet niet aan haar zorgplicht en laat in grote delen van Nederland patiënten die een implantaat of klikgebit nodig hebben in de kou staan.

Groot verschil
Afgelopen zomer heeft Straumann een prijsopgave gedaan om te tonen tegen welke prijs het tandimplantaten zou kunnen leveren aan VGZ. Aan de hand van deze prijs en de tarieven van elf andere implantaatleveranciers, dacht VGZ dat implantaten vaak goedkoper ingekocht moeten kunnen worden. Gemiddeld kwam die prijs uit op 186 euro, terwijl tandartsimplantologen de producten doorgaans voor het maximaal declareerbare tarief van 314 euro verrekenen.

Door met de twaalf bedrijven af te spreken dat zij tegen de prijzen uit de opgave implantaten zouden leveren, dacht VGZ 3 miljoen euro te kunnen besparen op de 26.000 implantaten die bij klanten van de zorgverzekeraar worden gezet.

Wel of geen contract
De vraag in het kort geding was of er al een contract was. Straumann zei nog niet getekend te hebben, maar VGZ vond dat de leverancier die een offerte deed bij een traject waarbij de voorwaarden duidelijk waren, de overeenkomst moet tekenen. Zo oordeelde de rechter ook.

Een reden waarom Straumann onder de overeenkomst uit wilde, was omdat Straumann andere geselecteerde leveranciers hekelde. Die zouden slechte kwaliteit leveren. Ook hier zag de rechter niet veel in. VGZ heeft namelijk niet aangegeven hoeveel partijen geselecteerd zouden worden. Ook zit er wel een kwaliteitstoets bij de overeenkomst.

Oordeel
De rechter besloot dat Straumann voor volgende week (22 mei) de leveringsovereenkomst alsnog moet tekenen en zich er dus ook aan moet houden. Verder is Straumann verplicht om een schriftelijke mededeling naar relaties te sturen, waarin de uitkomst van dit kort geding staat en Straumann belooft implantaten voor VGZ-verzekerden te leveren volgens de prijzen die Straumann aan VGZ aangeboden heeft.

Straumann is de uitspraak nog aan het bestuderen en kijkt deze week nog of het in beroep gaat. Ze hebben in ieder geval aangegeven voor 22 mei te reageren.

De uitspraak volgt binnenkort

Lees hier alle informatie uit het dossier “VGZ implantologie overeenkomst 2019-2021”

 

Persbericht Straumann 16 mei

Uitspraak kort geding VGZ versus Straumann over ‘Inkoopbeleid Mondzorg 2019’

-Rechtbank Midden-Nederland verplicht Straumann tot ondertekening van het ‘Inkoopbeleid Mondzorg 2019’ van VGZ.
-Uiterlijke ondertekeningsdatum is woensdag 22 mei 2019.

16 mei 2019: VGZ heeft in 2018 een inkoopprocedure gestart voor implantaten. Straumann heeft VGZ in dat kader een aanbod gedaan. De verwachtingen die Straumann aan de inkoopprocedure meende te kunnen ontlenen, kwamen niet uit en Straumann heeft zich willen terugtrekken uit deze procedure. Straumann heeft tot op heden geweigerd een overeenkomst met VGZ te ondertekenen. VGZ heeft daarop een kort geding aangespannen om Straumann te dwingen de overeenkomst alsnog te ondertekenen. Dit kort geding heeft plaatsgevonden op maandag 29 april 2019.

Bij vonnis van 15 mei 2019 heeft rechtbank Midden-Nederland geoordeeld, dat Straumann gehouden is haar aanbod gestand te doen en zij alsnog een overeenkomst met VGZ dient te tekenen. Straumann is teleurgesteld in het feit dat de rechtbank haar verwachtingen niet uit de omstandigheden en de inkoopvoorwaarden van VGZ afleidt. De rechtbank oordeelt onder meer dat kwaliteitsonderscheid nog niet wil zeggen dat de andere leveranciers niet aan de eisen van VGZ zouden voldoen. Na bestudering van het vonnis is besloten af te zien van hoger beroep. Straumann moet de uitspraak van de rechter respecteren en zal de overeenkomst met VGZ ondertekenen.