Berisping na het niet volgen van paroprotocol en gebrekkige dossiervorming

Berisping na het niet volgen van paroprotocol en gebrekkige dossiervorming

Tussen klager en tandarts, beklaagde, bestond een lange behandelrelatie sinds 1996 tot maart 2020.

De klacht van klager ziet op de gevolgen van de controles vanaf 2010. Klager verwijt de beklaagde – voor zover relevant – dat hij gevorderde tot vergevorderde parodontitis heeft gemist, paradontale diagnostiek achterwege heeft gelaten en dat hij door de jaren heen geen medisch dossier heeft vastgelegd en bijgehouden. In de kern wordt het beklaagde verweten dat hij is tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht en tandheelkundige zorgplicht waardoor de parodontitis bij klager niet tijdig door beklaagde is opgemerkt.

Het Regionaal Tuchtcollege overweegt dat al ver voor de behandelingen van klager – namelijk sinds 1998 – het Paro-protocol (‘Protocol paradontale diagnostiek en behandeling’ van de Nederlandse Vereniging voor Paradontologie) geldt. Daarmee is de diagnostiek  paradontale problematiek een integraal onderdeel van de periodieke tandheelkundige controle zoals in de casus van klager het geval is. In het dossier van klager mist elke verslaglegging over de paradontale conditie zoals DPSI-scores of dat met klager overleg is gevoerd. Daarnaast staat vast dat beklaagde het Paro-protocol niet heeft gevolgd. Met het achterwege laten van paradontologische diagnostiek zoals het Paro-protocol voorschrijft, is beklaagde tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klager. 

Alles in overweging genomen oordeelt het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht gedeeltelijk gegrond is. Beklaagde heeft door het tekortschieten in paradontologische diagnostiek alsmede door gebrekkige dossiervoering gehandeld in strijd met de zorg die hij ten opzichte van klager behoort te betrachten.

Het Regionaal Tuchtcollege neemt voor het bepalen van de maatregel het volgende in aanmerking. Enerzijds gaat het hier om het niet volgen van duidelijke en al heel lang bestaande richtlijnen, waar patiënten bij de naleving daarvan een wezenlijk belang hebben. Beklaagde is vaag gebleven over de implementatie van het Paro-protocol in zijn praktijk. Het College is in de procedure onvoldoende overtuigd geraakt dat beklaagde zijn huidige praktijkvoering heeft aangepast aan de richtlijnen uit het Paro-protocol en dat beklaagde het belang daarvan ook daadwerkelijk inziet. Omdat beklaagde in zijn lange loopbaan nog niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld en hij spijt heeft betuigd naar klager, acht het College een berisping een passende maatregel. 

Klik hier voor de eerste uitspraak

Mr. Suzanne Steegmans is sinds 2010 advocaat bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht en staat beroepsbeoefenaren, waaronder tandartsen, bij in procedures bij de Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg.