Berisping na vier dagen werken

Beklaagde heeft in augustus 2017 op basis van een overeenkomst van opdracht gewerkt in de tandheelkundige praktijk waar klager praktijkhoudend tandarts is. Deze overeenkomst van opdracht was voor de duur van één jaar gesloten. Na twee weken heeft de tandheelkundige praktijk de overeenkomst van opdracht met onmiddellijke opgang opgezegd. De oorzaak tot de onmiddellijke opzegging was dat het declaratiegedrag van beklaagde niet samenging met de werkwijze van de praktijk.

Klager heeft daarnaast een tuchtklacht ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle aangezien beklaagde in de vier dagen dat hij bij de praktijk heeft gewerkt, onvoldoende zorg jegens de patiënten heeft betracht. Klager legt hieraan ten grondslag dat beklaagde de Arbo wetgeving niet in acht heeft genomen, de Wet Infectie en Preventie, ondanks waarschuwingen, niet in acht nam; onnodig onomkeerbare handelingen heeft uitgevoerd waarbij er in strijd is gehandeld met het professioneel handelen; en tot slot dat beklaagde zich niet heeft gehouden aan de plicht om een goed dossier bij te houden. Ter zitting heeft klager het eerste klachtonderdeel (ten aanzien van de naleving van de Arbo wetgeving) ingetrokken.

Het Tuchtcollege komt tot een beoordeling van de drie overgebleven klachtonderdelen. Ten aanzien van de Wet Infectie en Preventie heeft klager aangegeven dat beklaagde met vieze handschoenen aan op de computer zou hebben gewerkt. Beklaagde heeft dit uitdrukkelijk betwist. Aangezien partijen lijnrecht tegenover elkaar staan, is het voor het Tuchtcollege niet mogelijk de feitelijke gang van zaken vast te stellen. In lijn met gebruikelijke tuchtrechtspraak verklaart het Tuchtcollege de klacht om die reden ongegrond.

De overige twee klachtonderdelen worden door het Tuchtcollege besproken aan de hand van de door klager aangedragen casus. Op grond van drie voorbeelden komt het Tuchtcollege tot het oordeel dat beklaagde tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Uit twee van de voorbeelden blijkt onder andere dat beklaagde behandelingen heeft uitgevoerd die afwijken van de standaard binnen de beroepsgroep, waaronder het sealen van zestienjarigen. Het enkele afwijken is onvoldoende voor tuchtrechtelijke verwijtbaarheid, echter van beklaagde mag worden verlangd dat hij deze afwijking goed kan onderbouwen, uitvoering bespreekt met de patiënt ten behoeve van diens informed consent en ook dat alles in het dossier gedocumenteerd wordt. Beklaagde heeft in de gegeven voorbeelden geen aantekeningen gemaakt en kon achteraf de afwijking onvoldoende gespecificeerd motiveren. Het Tuchtcollege stelt dat niet kan worden geoordeeld dat beklaagde de behandeling op de juiste gronden en op de juiste wijze heeft uitgevoerd.

Het Tuchtcollege komt tot de conclusie dat beklaagde een aantal onjuiste tandheelkundige beslissingen heeft genomen. Echter, het Tuchtcollege rekent beklaagde met name zwaar aan dat hij zich niet toetsbaar heeft opgesteld, doordat zijn beslissingen niet in het dossier zijn gemotiveerd en of vastgelegd. Om die reden legt het Tuchtcollege beklaagde de maatregel van berisping op.

Klik hier voor de uitspraak

Mr. Suzanne Steegmans is sinds 2010 advocaat bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht en staat beroepsbeoefenaren, waaronder tandartsen, bij in procedures bij de Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg.