Globale aanduiding van de aanpak is geen uitgewerkt behandelplan

Globale aanduiding van de aanpak is geen uitgewerkt behandelplan

De dochter van klagers, patiënte, bezocht op 11 juni 2015 de praktijk van beklaagde voor het laten maken van een gebitsbeschermer voor het hockeyen. Tijdens dit consult heeft beklaagde het advies gegeven een orthodontische behandeling bij patiënte te starten. Vervolgens heeft beklaagde patiënte onderzocht en globaal een plan van aanpak geduid in de orthokaart van patiënte. De behandeling is daarna aangevangen. Na twee jaar hebben klagers, nog voordat de behandeling door beklaagde kon worden afgerond, een second opinion gevraagd bij een orthodontist. Nadat zij zijn bevindingen ten aanzien van de orthodontische behandeling van patiënte bij beklaagde hebben ontvangen hebben zij tegen beklaagde een tuchtklacht ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle.

Klager verwijten beklaagde bij patiënte onjuiste behandelingen te hebben toegepast met gebruik van onjuiste apparatuur, verkeerde extracties en een onduidelijk behandelplan. In de tweede plaats wordt beklaagde verweten dat hij zich ten onrechte heeft uitgegeven als orthodontist terwijl hij enkel wat bijscholing heeft gevolgd en niet bevoegd is een volledige orthodontische behandeling uit te voeren.

Het Tuchtcollege overweegt dat de door beklaagde bij patiënte uitgevoerde behandelingen op zichzelf niet onjuist zijn. Wel is het College van oordeel dat in de orthokaart van patiënte wel een omschrijving is gegeven van de gebitssituatie bij patiënte  en een globale aanduiding van de aanpak die beklaagde voor ogen stond, maar geen uitgewerkt behandelplan. Een duidelijk tandheelkundige analyse en een concreet uitgewerkt stappenplan voor de behandeling met een weergave van de gemaakte afwegingen en keuzes ontbreekt. De klacht van klagers voor zover die ziet op het door beklaagde niet adequaat opstellen van een behandelplan, is gegrond.

Beklaagde heeft zich niet voorgedaan als orthodontist, maar als tandarts-implantoloog. Bovendien overweegt het College dat een tandarts ook als zodanig bevoegd is om een orthodontische behandeling uit te voeren, als hij daartoe bekwaam is. Of de tandarts voldoende bekwaam is om een bepaalde behandeling op dit gebied uit te voeren, hangt met name af van de complexiteit van de casus en van het kennis- en ervaringsniveau van de tandarts. In deze kwestie oordeelde het College dat gezien de opleiding en ruime ervaring van beklaagde mocht worden verwacht dat hij in staat zou zijn, deze behandeling tot een goed einde te brengen.

Aan beklaagde wordt, vanwege het ontbreken van een adequaat behandelplan, een waarschuwing opgelegd. Voor het overige wordt de klacht afgewezen.  

Klik hier voor de uitspraak

Mr. Suzanne Steegmans is sinds 2010 advocaat bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht en staat beroepsbeoefenaren, waaronder tandartsen, bij in procedures bij de Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg.