Spalk belemmering voor vullen van een gaatje

Spalk belemmering voor vullen van een gaatje

Klager is in de periode 7 juni 2017 tot 24 juni 2019 patiënt geweest in de tandartsenpraktijk van beklaagde. Klager was ook onder behandeling van een orthodontist die bij klager een beugel met een spalk had aangebracht. In maart 2018 heeft de orthodontist bij beklaagde schriftelijk aandacht gevraagd voor een gaatje in de 21. Beklaagde heeft deze brief tijdens een periodieke controle in januari 2019 met klager besproken. Beklaagde heeft bij tandheelkundig onderzoek het gaatje vastgesteld. Aan klager is toen aangegeven dat de spalk een mogelijke belemmering kan vormen voor het vullen van het gaatje. Op 1 februari 2019 heeft beklaagde het gaatje gevuld. Tijdens deze behandeling bleek dat het gaatje subgingivaal zat. Als gevolg hiervan moest de spalk worden doorgeslepen om het gaatje te kunnen vullen. De doorgeslepen spalk is kort daarna door de orthodontist door een nieuwe spalk vervangen.

Klager verwijt de beklaagde tandarts in een procedure bij het Regionaal Tuchtcollege te Groningen dat hij nalatig heeft gehandeld door niet eerst de spalk te laten verwijderen voordat hij overging tot het vullen van het gaatje.

Het College kan de keuze van beklaagde om eerst te proberen het gaatje te vullen zonder verwijdering van de spalk en daarmee met behoud van de spalk in dit geval volgen. Daarbij betrekt het College dat de gevolgen van het alsnog moeten doorslijpen van de spalk voor klager beperkt zouden zijn omdat een spalk eenvoudig en tegen geringe kosten is te vervangen.

Verder verwijt klager beklaagde dat beklaagde hem na de behandeling op 1 februari 2019 heeft gezegd dat hij de spalk door de orthodontist moest laten controleren op het correct terugplaatsen daarvan. Beklaagde stelt echter dat hij heeft gezegd dat hij klager heeft verteld dat hij de spalk moest splitsen en dat klager daarom naar de orthodontist moest gaan voor een nieuwe spalk. Nu partijen van mening verschillen over wat er precies is gezegd is niet aannemelijk geworden dat beklaagde klager onjuist heeft voorgelicht. Daarom is ook dit klachtonderdeel ongegrond.

Volgens klager heeft de orthodontist vervolgens gezegd dat beklaagde prutswerk had geleverd. Het College merkt op dat de orthodontist in zijn e-mail van 15 juli 2019 heeft aangegeven dat het volgens hem handiger/verstandiger was geweest om de spalk eerst te laten verwijderen, maar dat dit “niets met gepruts te maken (heeft) maar met stappen die anders hadden kunnen worden ingevuld”. De klacht is ongegrond.

Klik hier voor de uitspraak 

Mr. Suzanne Steegmans is sinds 2010 advocaat bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht en staat beroepsbeoefenaren, waaronder tandartsen, bij in procedures bij de Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg.