Tandarts onterecht beschuldigt van oplichting

Tandarts onterecht beschuldigt van oplichting

Klager had een hulpvraag betreffende een klikprothese voor een tandeloze bovenkaak. De zorgverzekering van klager heeft de aanvraag “plaatsing 4 implantaten in de bovenkaak in bijzondere gevallen” goedgekeurd. Hierna heeft beklaagde de vier implantaten bij klager geplaatst. Uiteindelijk bleek er onduidelijkheid over de te betalen eigen bijdrage door klager en heeft hij een klacht ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag.

Klager was in de veronderstelling dat hij maximaal EUR 125,= aan eigen bijdrage moest betalen voor de behandeling. Dit uiteindelijke bedrag bleek een stuk hoger te liggen dan gedacht. Beklaagde heeft klager uitstel van betaling verleend nadat beklaagde begreep dat klager een deel van de rekening niet vergoed kreeg en is nagegaan waarom klager een hogere rekening ontving. Klager bleek een naturapolis te hebben en beklaagde had geen contract met de zorgverzekering van klager. Beklaagde heeft hier vervolgens uitleg over gegeven aan klager en zijn maatschappelijk werker. Uiteindelijk bleek dat de zorgverzekering de declaratie van de tandarts niet juist had verwerkt waardoor het te vergoeden bedrag lager lag dan in eerste instantie aan klager medegedeeld.

Klager is van mening dat beklaagde hem heeft opgelicht omdat de rekeningen onjuist zijn. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt echter dat het beklaagde niet kan worden verweten dat klager verkeerde rekeningen heeft ontvangen. Het is immers de zorgverzekering geweest die de declaratie niet juist heeft verwerkt waardoor klager een te lage vergoeding kreeg voor de behandeling. Daarnaast overweegt het College dat uit de stukken verder ook niet blijkt dat sprake is van onregelmatigheden in de door beklaagde gedane declaraties, laat staan van oplichting. Bovendien overweegt het Regionaal Tuchtcollege dat beklaagde zich behulpzaam heeft opgesteld door klager uitleg te geven over de situatie. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

In het tweede klachtonderdeel wordt beklaagde verweten dat hij klager niet juist heeft geïnformeerd. Klager stelt namelijk dat hij niet wist wat beklaagde geïmplanteerd heeft tijdens de behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege overweegt dat uit de stukken naar voren komt dat meermaals met klager is gesproken over het plaatsen van implantaten. Daarbij is geen enkele aanwijzing dat beklaagde deze implantaten niet daadwerkelijk heeft geplaatst. Hiermee acht het Regionaal Tuchtcollege dit klachtonderdeel ook ongegrond.

Klager heeft het Regionaal Tuchtcollege tevens gevraagd een schadevergoeding toe te kennen, maar het Regionaal Tuchtcollege beslist dat zij daartoe niet bevoegd zijn. Het Regionaal Tuchtcollege kan enkel oordelen over de eventuele proceskosten. Nu de klacht in al haar onderdelen ongegrond is, ligt een veroordeling voor de proceskosten niet voor de hand.

Nu beklaagde heeft gehandeld zoals van het verwacht mocht worden en dus geen verwijtbaar handelen is vastgesteld, wordt de klacht zijn het geheel (kennelijk) ongegrond verklaard.

Klik hier voor de eerste uitspraak

Mr. Suzanne Steegmans is sinds 2010 advocaat bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht en staat beroepsbeoefenaren, waaronder tandartsen, bij in procedures bij de Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg.